Per 1 januari 2026 treedt de vernieuwde ES-TRIN in werking. In deze memo vind je een overzicht van de belangrijkste aanpassingen en de bijbehorende overgangsbepalingen.
Inleiding
Per 1 januari 2026 treedt de herziene versie van de Europese Standaard tot Vaststelling van de Technische Voorschriften voor Binnenvaartschepen (ES-TRIN) in werking. Deze nieuwe versie bevat een aantal belangrijke wijzigingen ten opzichte van de vorige editie, met als doel de veiligheid, milieuprestaties en technische harmonisatie binnen de Europese binnenvaart verder te verbeteren.
In deze memo geven wij u een overzicht van de belangrijkste veranderingen, waaronder aanpassingen in de technische eisen voor uitrusting, voorschriften rond alternatieve aandrijvingen en wijzigingen in de regelgeving voor explosieveiligheid. Daarnaast gaan we in op de overgangsbepalingen, waarin is vastgelegd op welke wijze en binnen welke termijnen bestaande vaartuigen aan de nieuwe eisen moeten voldoen.
Het is van belang dat scheepseigenaren, rederijen, bemanningen en technische diensten tijdig op de hoogte zijn van deze wijzigingen om naleving en voorbereiding te waarborgen.
Belangrijkste wijzigingen ES-TRIN 2025 – met overgangsbepalingen
Stuurhuisinstallaties:
- 7.12 lid 8 (3e zin):
Stuurhuizen moeten voorzien zijn van adequate beschermingsmiddelen tegen letsel bij het neerlaten. Toegangen tot de hefinstallatie moeten worden gemarkeerd met het teken volgens schets 1 van bijlage 4.

→ Overgangsbepaling: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat.
- 7.12 lid 8 (4e zin):
Toegangen tot de hefinstallatie moeten zijn voorzien van een alarm dat een optisch en akoestisch signaal geeft in het stuurhuis.
→ Overgangsbepaling: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat.
- 7.12 lid 12 (vervallen):
Verplichte keuring van in hoogte verstelbare stuurhuizen door erkend deskundige is vervallen. Houd er rekening mee dat alleen de keuring volgens het ES-TRIN komt te vervallen, maar dat keuringen volgens andere richtlijnen nog steeds kunnen worden vereist of voorgeschreven.
Alternatieve brandstoffen:
- 8.01 lid 4:
Voortstuwings- of hulpsystemen mogen ook brandstoffen gebruiken met vlampunt ≤ 55 °C (LNG, methanol, waterstof). Hiervoor gelden voorschriften in hoofdstuk 30 en bijlage 8.
→ Geen overgangsbepaling, geldt bij installatie.
Tankvoorzieningen:
- 8.05 lid 5:
Vulopeningen van brandstoftanks moeten duidelijk worden gekenmerkt en de vulleiding dient met passende kleur te zijn gemarkeerd volgens de internationale norm ISO 14726:2008 (RAL 8001).

- 8.06 lid 5:
Vulleidingen moeten zijn voorzien van een Camlock-aansluiting (EN 14420-7:2022), DN 40 ‘mannetje’ aan boord, met afsluiting via blindflens volgens norm.

- 8.06 lid 6:
Vulopeningen van smeerolietanks moeten duidelijk worden gekenmerkt en de vulleiding passend gemarkeerd volgens de internationale norm ISO 14726:2008 (RAL 2003).

→ Overgangsbepaling koppeling: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat ná 2045.
Motorenregistratie:
- 9.02:
Alle interne verbrandingsmotoren moeten volledig worden geregistreerd onder nummer 52 van het binnenschipcertificaat, inclusief o.a. fabrikant, type, vermogen, plaatsing en inbouwdatum.
- 9.09:
Uitlaatgasnabehandelingssystemen (niet inbegrepen in typegoedkeuring) moeten eveneens afzonderlijk onder nummer 52 worden vermeld.
Explosieveiligheid en elektriciteit:
- 10.04 lid 4:
Explosiegevaarlijke gebieden moeten voorzien zijn van een waarschuwingsbord (schets 13, bijlage 4) met zijden van minimaal 10 cm.

- 11.01 lid 5:
De elektrische motor van een elektrisch aandrijfsysteem moet een handbediende noodstop buiten het stuurhuis hebben. Als alternatief geldt bediening vanaf het schakelbord. Noodstoppen moeten beveiligd zijn tegen onbedoeld gebruik.
Drinkwaterinstallatie:
- 15.05 lid 1:
Schepen met verblijven moeten zijn voorzien van een drinkwaterinstallatie. De vulleidingen van de tanks moeten zijn voorzien van een ISO 5620-1:1992 aansluiting of gelijkwaardig.
→ Overgangsbepaling: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat.
Markering alternatieve brandstoffen:
- 30.06:
Bedrijfsruimten en systeemonderdelen voor alternatieve brandstoffen moeten voorzien zijn van passende markering conform schets bijlage 4, met zijden van minstens 10 cm.

Mocht u nog vragen of opmerkingen hebben, neem dan gerust contact met ons op.