
Er zijn belangrijke wijzigingen doorgevoerd in de classificatie van aantal Diesels en Gasolies.
Wat betekent dit precies voor het vervoer en de praktijk aan boord of op terminals?
Inleiding
Recent zijn er belangrijke wijzigingen doorgevoerd in de classificatie een aantal Diesels en Gasolies.
Deze producten, die voorheen vaak niet als CMR waren ingedeeld, worden nu geclassificeerd als:
H360 – Kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden (Categorie 1B, CMR)
Deze aanpassing heeft directe gevolgen voor zowel de veiligheidsinformatiebladen (SDS) als voor de ADN-classificatie van deze producten.
Wat betekent CMR volgens ADN?
Een stof wordt volgens het ADN als CMR beschouwd wanneer deze ten minste één van de volgende H-zinnen heeft (zie sectie 2 van het veiligheidsinformatieblad; zie toelichting onderaan deze memo):
Belangrijk: het hebben van één van deze H-zinnen is voldoende om de stof als CMR te classificeren.
Het ADN houdt bij het toekennen van CMR-eigenschappen echter geen rekening met de wijze van blootstelling. In dit specifieke geval zijn de reprotoxische eigenschappen vastgesteld na orale blootstelling (inslikken) – een wijze van contact die aan boord niet waarschijnlijk is. Hierover later meer.
Volgens informatie van onder andere Concawe betreft het de volgende CAS-nummers:
64742-46-7, 64742-79-6, 64742-80-9, 64741-43-1, 64741-44-2, 68814-87-9, 68915-96-8, 64741-49-7, 64741-58-8, 64741-77-1, 68334-30-5, 68476-30-2, 68476-31-3 en 68476-34-6.
Dit betreft dus zowel gasolies als de reguliere autodiesels (ook de Diesel overeenkomstig EN590). Dit geldt echter niet voor bijvoorbeeld HVO of GTL.
Belangrijkste gevolgen voor het vervoer (ADN)
De nieuwe CMR-classificatie heeft aanzienlijke impact op de operationele voorschriften, waaronder:

Gevolgen voor terminals / vullers
Voor een aantal terminals zal dit tot praktische problemen leiden. Op sommige laadsteigers voor Diesel en Gasolie is geen dampretourinstallatie aanwezig, omdat dit tot op heden niet verplicht was.
Voor terminals die uitsluitend diesel- of gasolie behandelen of geen dampretourplichtige producten opslaan, kan dit zelfs een nog grotere uitdaging vormen aangezien deze terminals helemaal geen installatie hebben.
Ook bij terminals die uitsluitend FAME of andere niet-ADN-stoffen behandelen, speelt dit mee:
wanneer de voorgaande lading diesel- of gasolie met CMR-eigenschappen is, zou het laden van FAME eveneens met dampretour moeten plaatsvinden.
Een mogelijke oplossing, het reinigen van ladingtanks na een CMR-voorlading, is kostbaar en milieu belastend. Diesel kan vanwege de lage dampspanning niet worden ontgast, waardoor wassen bij een installatie zoals ATM noodzakelijk is. Dit zorgt voor extra druk op de beperkte capaciteit en creëert bovendien extra afvalstromen, wat in strijd is met de geest van het CDNI-verdrag, dat juist inzet op het voorkomen van afval door verenigbare ladingen te vervoeren.
Mogelijke oplossing in ADN 2027
Omdat deze classificatiewijziging rauw op ons ADN dak valt en verregaande gevolgen heeft voor de sector, werkt het ADN-comité momenteel aan een structurele oplossing met bijbehorende overgangsbepalingen. Deze worden naar verwachting opgenomen in ADN 2027. Echter zijn deze nog niet geheel duidelijk en is hier nog werk te doen!
In de tussentijd worden echter al nieuwe SDS’en gepubliceerd waarin H360 is opgenomen.
Tijdelijke aanpak tot ADN 2027 duidelijkheid geeft
Transafe is in overleg met de Nederlandse autoriteiten, waaronder IL&T, over de praktische gevolgen van deze wijziging.
IL&T heeft aangegeven niet te handhaven totdat het ADN-comité duidelijke, toekomstbestendige richtlijnen heeft vastgesteld. Er wordt verwacht dat er, vergelijkbaar met eerdere situaties zoals bij zware stookolie, een overgangsperiode zal worden ingesteld.
Conclusie:
Dit betekent dat voorlopig (voor Diesel en Gasolie met H360):
Let op: UN 1202 Diesels/Gasolies met H350 en/of H340 waren al als CMR geclassificeerd en vallen daarom buiten deze scope. Voor deze stoffen zijn dampretour en (semi)gesloten monstername al verplicht en dat blijft onveranderd.

Benodigde aanpassingen:
Voorbeelden:
UN1202 Dieselolie, 3 (N2, F), III, Milieugevaarlijk (CMR; H360)** of
UN1202 Dieselolie overeenkomstig norm EN590, 3 (N2, F), III Milieugevaarlijk (CMR; H360)
**Let op: indien uitsluitend UN1202 Dieselolie, 3 (N2, F), III Milieugevaarlijk wordt gecommuniceerd, zonder CMR-vermelding, is dit ook voldoende, aangezien hierop niet wordt gehandhaafd tot aan ADN2027.
ADR / RID
Voor het weg- en spoorvervoer (ADR/RID) heeft deze wijziging geen directe gevolgen.
Deze regelgeving houdt geen rekening met CMR-eigenschappen.
Wel kunnen er voor omgevingsvergunningen of onder de ARBO-wetgeving aanvullende eisen of aanpassingen gelden.
Voorbeeld van een veiligheidsinformatieblad van Diesel met ‘alleen’ H360 en geen H340/H350:

Achtergrond van de classificatie H360
Uit onderzoek is gebleken dat bij orale blootstelling van ratten aan deze stoffen schadelijke effecten op het ongeboren ‘kind’ zijn waargenomen. Daarom zijn deze stoffen ingedeeld als Reprotoxisch categorie 1B. Het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) heeft alle registranten van deze stoffen geïnformeerd dat zij uiterlijk 30 september 2025 hun REACH-registratie en SDS moesten bijwerken.
Voortaan zal in rubriek 2 van het SDS de H-zin H360FD worden vermeld, en in rubriek 14 zal de stof gelden als CMR-stof voor ADN transportdoeleinden.
Gezondheid en veiligheid
De veiligheid en gezondheid van medewerkers die met deze producten werken, staan uiteraard altijd voorop. In dit geval zijn de reprotoxische eigenschappen vastgesteld na orale blootstelling, wat tijdens overslag of vervoer niet direct realistisch is. Desondanks is alertheid op correcte omgang en naleving van procedures essentieel.