
De Nederlandse Raad van State heeft geoordeeld dat een bevrachter kan worden aangemerkt als afzender in de zin van het ADN en verantwoordelijk is voor de aan deze rol verbonden verplichtingen. Lees wat dit betekent voor uw bedrijfsvoering.
Via deze memo willen wij je op de hoogte stellen van relevante jurisprudentie betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen en de gevolgen die dit (mogelijk) heeft voor de bedrijfsvoering.
Aanleiding
Op 4 maart 2026 heeft in Nederland het hoger beroep gediend van een containerbevrachter tegen een aan hen opgelegde dwangsom. De onderneming werd ervan verdacht niet alle vereiste informatie op het vervoersdocument te hebben vermeld. Wanneer een vervoersdocument niet alle vereiste informatie bevat, is dat een overtreding van het ADN en daarmee de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen. Het vervoersdocument moet door de afzender aan de vervoerder worden verstrekt en alle benodigde informatie bevatten. De onderneming betoogde dat niet zij, maar de partij namens wie zij de vervoersopdracht uitvoerden, als afzender gezien moet worden en dat zij daarom niet verantwoordelijk zijn voor de inhoud van het vervoersdocument.
Relevante ADN artikelen
Het ADN stelt:
1.2.1
Afzender: is de onderneming die zelf of voor derden gevaarlijke goederen verzendt. Indien het vervoer plaats vindt op grond van een vervoersovereenkomst, dan geldt als afzender de afzender volgens deze overeenkomst. Bij tankschepen met lege of geloste ladingtanks wordt met het oog op de vereiste vervoersdocumenten de schipper als afzender beschouwd.
1.4.2.1.1
De afzender van gevaarlijke goederen is gehouden alleen een zending ten vervoer aan te bieden die voldoet aan de voorschriften van het ADN. In het kader van 1.4.1 moet hij in het bijzonder:
…
b) aan de vervoerder te leveren in een verifieerbare vorm de vereiste gegevens en informatie met inachtneming van de voorschriften van hoofdstuk 5.4 en van de tabellen van deel 3, en eventueel de vereiste vervoersdocumenten en begeleidende documenten (vergunningen, toelatingen, mededelingen, certificaten, enz.)
1.4.2.1.3
Indien de afzender in opdracht van een derde handelt, dan moet deze derde de afzender schriftelijk wijzen op het gevaarlijke goed en hem alle informatie en documenten ter beschikking te stellen die ter vervulling van zijn plichten noodzakelijk zijn.
Verweer bevrachter
De bevrachter betoogde dat niet zij, maar de opdrachtgever voor het vervoer, de afzender is in de zin van het ADN. De bevrachter zou slechts optreden als bemiddelaar tussen de opdrachtgever en de scheepseigenaar (vervoerder). Uit een opgestelde bevrachtingsovereenkomst zou de rol van afzender ook bij een andere partij weggelegd zijn. Hier ging de rechtbank echter niet in mee.
Zienswijze Raad van State:
De rechtbank heeft geoordeeld dat de bevrachter afzender is in de zin van het ADN. Men kwam tot deze overweging omdat er een vervoersovereenkomst bestaat tussen de bevrachter en het schip (de vervoerder) op grond van artikel 8:20 Burgerlijk Wetboek. Zelfs wanneer deze overeenkomst buiten beschouwing zou worden gelaten zou de bevrachter nog steeds als afzender aangemerkt moeten worden. De bevrachter heeft namelijk voor derden gevaarlijke goederen verzonden en is daarmee afzender zoals bedoeld in de definitie conform artikel 1.2.1 ADN.
Tussen de bevrachter en de vervoerder is een bevrachtingsovereenkomst opgesteld. Deze opgestelde bevrachtingsovereenkomst wordt door de rechtbank niet als vervoersovereenkomst gezien in de zin van het ADN. In de bevrachtingsovereenkomst staat immers geen afzender vermeld. Verder voorziet deze overeenkomst alleen op het ter beschikking stellen van het schip met bemanning en niet op het vervoer van een specifieke vracht op een specifieke datum.
Aangezien een vervoersovereenkomst voor het uitgevoerde vervoer ontbreekt, moet gekeken worden naar de feitelijke gang van zaken. De bevrachter heeft voor de opdrachtgever goederen verzonden per binnenvaartschip. Uit correspondentie is gebleken dat de bevrachter van de opdrachtgever de opdracht heeft gekregen om dit vervoer uit te laten voeren. De rechtbank is dan ook van mening dat de bevrachter de afzender is.
Gevolgen en advies
Door deze uitspraak in hoger beroep is de rol van afzender duidelijk(er) aan de bevrachter toegekend. Wanneer de bevrachter afzender is moet deze ook de verplichtingen toegekend aan deze rol vervullen. Het leveren van de benodigde informatie en eventueel het opstellen van een vervoersdocument behoren tot deze verplichtingen. Het woord “eventueel” lijkt de ruimte te geven dat dit niet altijd het geval is. De rechtbank verduidelijkt dit als volgt:
“In subsectie 1.4.2.1.1, onder b, van de ADN staat voorop dat de verzender alleen een zending voor vervoer kan aanbieden die voldoet aan de voorschriften van de ADN. Naar het oordeel van de Afdeling volgt uit de ADN dat de afzender bij het aanbieden van de zending een vervoersdocument moet aanleveren aan de vervoerder, als daartoe ingevolge de ADN een verplichting bestaat. Anders dan [appellante] betoogt, moet het woord ‘eventueel’ op die wijze worden uitgelegd. Als de aangeboden zending gevaarlijke stoffen bevat, moet het vervoersdocument de in de ADN genoemde specifieke informatie bevatten. Ontbreekt deze informatie op het vervoersdocument, dan levert dat een overtreding op in de zin van de Wvgs.
Het voorgaande betekent dat [appellante] op grond van de ADN als afzender verplicht is om een vervoersdocument aan te leveren aan de vervoerder dat voldoet aan de vereisten van de ADN. Anders dan [appellante] betoogt, is dit een verplichting van de afzender en niet van de schipper.”
Bevrachters moeten (als afzender) zorgdragen dat een correct en volledig vervoersdocument aanwezig is bij het vervoer van gevaarlijke stoffen wanneer zij deze namens derden laten vervoeren. Geadviseerd wordt bij iedere lading zeker te stellen dat dit document aanwezig, correct en volledig is en zo nodig controlestappen hierop in het bedrijfsproces in te voeren.
Voor de volledige uitspraak klik op onderstaande knop:
Bij vragen over dit onderwerp kun je contact met ons opnemen via onderstaande knop.