MEMO: Apparatuur in explosiegevaarlijke zones

3 september 2026

IMG 3658 reduced

Aan boord moet alle apparatuur in explosiegevaarlijke zones aantoonbaar veilig zijn. Dat geldt voor elektrische én mechanische apparaten. Het ADN verplicht twee afzonderlijke toestellenlijsten.

Het ADN stelt eisen aan alle apparatuur die zich in explosiegevaarlijke zones aan boord bevindt. Dit geldt niet alleen voor elektrische installaties, maar ook voor mechanische apparaten zoals pompen, roerwerken en ventilatoren. Deze apparaten moeten voldoen aan de ATEX-eisen die gelden voor de zone waarin zij zijn opgesteld. Bovendien moeten zij worden opgenomen in de voorgeschreven toestellenlijsten. In deze memo leest u wat dit in de praktijk betekent.

Wat zegt het ADN?

Het ADN maakt onderscheid tussen de eisen voor elektrische en niet-elektrische installaties en apparaten die in explosiegevaarlijke zones worden gebruikt of zijn opgesteld.

Tankvaart (ADN 9.3.x.53)

Op schepen met een zone-indeling geldt: alle elektrische en niet-elektrische (mechanische) installaties en apparaten in een explosiegevaarlijk gebied moeten geschikt zijn voor die zone. Welk type apparaat nodig is, hangt af van de stoffen die vervoerd mogen worden.

Droge lading (ADN 9.1.0.53)

Op schepen met droge lading geldt: elektrische apparaten in de beschermde zone moeten met een schakelaar kunnen worden uitgeschakeld. Dit hoeft niet als het apparaat geschikt is voor zone 1, temperatuurklasse T4 en explosiegroep IIB, of als het apparaat aan dek "beperkt explosieveilig" is.

Apparaten zonder elektrische aandrijving die worden gebruikt tijdens het laden en lossen, moeten eveneens geschikt zijn voor die zone, minimaal voor temperatuurklasse T4 en explosiegroep IIB.

Verplichte documenten aan boord

Volgens ADN 8.1.2.2 e t/m h) en ADN 8.1.2.3 r t/m u) moet aan boord aanwezig zijn:

Toestellenlijst:

  • een lijst van alle vast ingebouwde apparaten in zone 1;
  • een lijst van vast ingebouwde apparaten die niet mogen worden gebruikt tijdens laden, lossen en ontgassen;
  • een lijst van vast ingebouwde apparaten die mogen worden gebruikt tijdens laden, lossen en ontgassen.

Zoneplan:

  • een tekening met de grenzen van de explosiegevaarlijke zones, met daarop de elektrische en niet-elektrische apparaten die daar zijn opgesteld;
  • een lijst van de apparaten op het zoneplan, met vermelding van opstelplaats, explosiegroep, temperatuurklasse, beschermingssoort en beproevingsinstantie;
  • het autonome beveiligingssysteem met opstelplaats en markering (uitsluitend voor tankschepen).

Hoe zijn de explosiegevaarlijke zones ingedeeld?

De zone-indeling is van toepassing op tankschepen waarvan de scheepsstoffenlijst stoffen bevat waarvoor explosiebescherming vereist is.

  • Zone 0: in de ladingtanks, restproducttanks, leidingen met lading of ladingdampen, en ladingpompen.
  • Zone 1: alle ruimten onder dek in de ladingzone die niet onder zone 0 vallen, afgesloten ruimten aan dek in de ladingzone, en een strook rondom de ladingtanks en hun openingen.
  • Zone 2: een kleinere strook aansluitend op zone 1, en gebieden rond ventilatieopeningen, veiligheidsventielen en op het voor- en achterdek aansluitend aan het "begrenzingsvlak van de ladingzone" een gebied over de gehele breedte van het schip met een lengte van 7,50 m.

Zones NL

Bij droge-ladingschepen geldt een andere indeling, onder de naam "beschermde zone":

  • Zone 1: het laadruim.
  • Zone 2: het gebied aan dek rondom het laadruim.

De elektrische toestellenlijst

Op de elektrische toestellenlijst staan alle elektrische installaties en apparaten die zich in een explosiegevaarlijke zone aan boord bevinden.

Per apparaat in zone 0 of zone 1 worden de volgende gegevens vastgelegd:

  • het type installatie of apparaat;
  • de opstelplaats aan boord;
  • de volledige ATEX-markering.

De elektrische toestellenlijst laat zien dat alle elektrische apparaten in de explosiegevaarlijke zones geschikt zijn voor de zone waar zij zijn opgesteld. De scheepseigenaar, het klassenbureau en de toezichthouder kunnen hieraan toetsen of de elektrische explosiebescherming aan boord in orde is.

De mechanische toestellenlijst

Mechanische apparaten werken niet op elektriciteit, maar kunnen in explosiegevaarlijke zones toch een ontstekingsbron vormen. Denk aan pompen, lieren en ventilatoren.

Op de mechanische toestellenlijst staan alle niet-elektrische installaties en apparaten in zone 0, zone 1 en zone 2.

  • Voor zone 0 worden vermeld: opstelplaats, markering van het explosiebeschermingsniveau, met inbegrip van explosiegroep en temperatuurklasse, beschermingssoort en beproevingsinstantie.
  • Voor zone 1 en zone 2 volstaat het vermelden van het identificatienummer van het apparaat. Als alternatief mag een kopie van het conformiteitscertificaat worden bijgevoegd.

Een apparaat moet op de mechanische toestellenlijst worden opgenomen zodra het, gelet op ontwerp en werking, een reële ontstekingsbron kan vormen tijdens normaal gebruik of bij een redelijkerwijs te verwachten storing. Er bestaat geen vaste temperatuurdrempel die op zichzelf bepaalt of een apparaat op de lijst thuishoort.

De beoordeling vindt plaats via een ontstekingsanalyse. Daarbij worden mogelijke ontstekingsbronnen beoordeeld, zoals:

  • hete oppervlakken als gevolg van wrijving of slijtage;
  • vonkvorming door wrijving, bijvoorbeeld bij slijtende lagers;
  • statische elektriciteit, bijvoorbeeld door vloeistofstroom door een pomp;
  • vonkvorming door botsing bij defecten of storingen;
  • mechanisch falen bij een redelijkerwijs te verwachten storing.

Voor zone 0 en zone 1 moet daarbij ook rekening worden gehouden met abnormale storingen in het apparaat. Dit maakt de beoordeling complexer dan voor zone 2.

Een aandachtspunt bij roterende apparaten zoals pompen, roerwerken en ventilatoren is de omtreksnelheid (in m/s). Hoe hoger deze snelheid, hoe groter het risico op temperatuurstijging door wrijving. De omtreksnelheid beïnvloedt daarmee direct de temperatuurklasse die aan het apparaat wordt toegekend.

Onderscheid tussen de toestellenlijsten 
en de rol van de temperatuurklasse

De temperatuurklasse (T1 t/m T6) geeft de maximale toelaatbare oppervlaktetemperatuur van een apparaat aan, om ontbranding van de aanwezige gassen of dampen te voorkomen:

Klasse

Max. oppervlaktetemperatuur

T1 450 °C
T2 300 °C
T3 200 °C
T4 135 °C
T5 100 °C
T6 85 °C    

Bij elektrische apparatuur staat de temperatuurklasse op het typeplaatje en wordt deze rechtstreeks overgenomen op de toestellenlijst. Bij mechanische apparatuur is de temperatuurklasse één van meerdere beoordelingscriteria. Bepalend is de volledige analyse van alle mogelijke ontstekingsbronnen.

Overgangsbepaling

De verplichting geldt voor schepen waarvoor na 1 januari 2019 een nieuwbouw, vervanging of ombouw (N.V.O.) heeft plaatsgevonden. Dit betreft zowel tankschepen als droge-ladingschepen.

Voor schepen die vóór 1 januari 2019 al in gebruik waren, gelden overgangsbepalingen:

  • Droge-ladingschepen (ADN 9.1.0.53): bij vernieuwing van het Certificaat van Goedkeuring na 31 december 2034.
  • Tankschepen (ADN 9.3.x.53 en ADN 8.1.2.3 t)): bij vernieuwing van het Certificaat van Goedkeuring na 31 december 2034.

Zolang de zone-indeling nog niet verplicht is op grond van de overgangsbepaling, moet aan boord ten minste een tekening aanwezig zijn waarop de grenzen van de ladingzone zijn aangegeven, inclusief de daarin geïnstalleerde elektrische apparaten.

Samenvatting en advies

Controleer of het schip beschikt over de juiste en volledige toestellenlijsten. In de praktijk worden mechanische apparaten hierbij regelmatig over het hoofd gezien, terwijl de verplichting al van kracht is.

Voor vragen over de elektrische of mechanische apparatuur aan boord, of over de naleving van de toestellenlijstverplichting, kunt u contact met ons opnemen via onderstaande knop.

Contact