
De ILT heeft bij meerdere terminals vastgesteld dat de communicatie tussen wal en schip tijdens overslagactiviteiten niet altijd voldoende is geborgd. Lees wat het ADN voorschrijft.
Naar aanleiding van meerdere controles bij verschillende terminals heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) vastgesteld dat de communicatie tussen terminal (in de rol van vuller of losser) en scheepsbemanning tijdens overslagactiviteiten niet altijd voldoende is geborgd.
Goede gegarandeerde communicatie is van belang om tijdens de normale operatie, maar zeker ook in noodgevallen, de scheepsbemanning te allen tijde te kunnen informeren en instrueren. Het garanderen van voortdurende goede communicatie is dan ook als verplichting opgenomen in het ADN.
Vraag 11 en de toelichting op vraag 11 van de ADN-controlelijst (ADN 8.6.3) schrijven onder andere voor dat de communicatie tussen schip en wal tijdens overslagactiviteiten goed moet zijn geregeld en gewaarborgd.

Met daarbij de volgende toelichting:
Vraag 11
Voor een veilige laad- en losprocedure is een goede communicatie tussen schip en wal vereist. Ten behoeve hiervan mogen telefoon- en radioapparatuur slechts worden gebruikt indien zij van een Ex-beveiligd type zijn en zich in de buurt van de toezichthouder bevinden.
Tijdens de overslag kunnen zich situaties voordoen waarbij de communicatie niet langer adequaat is gewaarborgd, bijvoorbeeld wanneer:
Het is daarom van belang dat de communicatie niet alleen vóór aanvang van de overslag gecontroleerd wordt, maar gedurende de gehele overslag aantoonbaar is geborgd.
Het ADN schrijft niet expliciet voor op welke wijze de communicatie moet worden gewaarborgd. ILT geeft aan dat zij het minimaal iedere 15 minuten contact opnemen met de voor toezicht/communicatie verantwoordelijke persoon aan dek in ieder geval beschouwen als een passende maatregel om de communicatie te waarborgen.
Hierbij is van belang te melden dat deze frequentie van 15 minuten geen harde eis vormt, maar een voorbeeld is van een invulling waarmee de borging van de communicatie aantoonbaar voldoende kan zijn geregeld.
Het blijft de verantwoordelijkheid van de terminal om aan te tonen dat de communicatie gedurende de gehele overslag effectief is gewaarborgd. ILT heeft daarbij wel aangegeven dat een controlefrequentie van bijvoorbeeld eens per twee uur of eens per vier uur (zoals in ISGOTT) naar haar oordeel onvoldoende is.
Tijdens de gehele overslag vinden meerdere contactmomenten plaats die in eerste instantie niet specifiek bedoeld zijn om de communicatie te controleren, maar hier in de praktijk wel aan bijdragen. Tijdens overslagactiviteiten vinden vaak communicatiemomenten plaats die niet altijd als controle van de communicatie herkend worden, maar dat wel zijn.
Hierbij kan onder andere worden gedacht aan:
Deze contactmomenten dragen eveneens bij aan het verifiëren van de communicatie tussen wal en schip en kunnen daarom onderdeel vormen van de totale borging van de communicatie. Hiermee kunnen de eerdergenoemde risico's tijdens de overslag (tijdig) worden ondervangen.
Wanneer deze contactmomenten op een tijdslijn worden uitgezet, kan blijken dat reeds voldoende controlemomenten aanwezig zijn. In dat geval kan worden volstaan met het benutten van bestaande momenten, eventueel aangevuld met één of enkele gerichte contactmomenten tijdens de overslag om de communicatie aantoonbaar te borgen, in plaats van een vaste controle iedere 15 minuten toe te passen.
Daarnaast kan worden gekeken naar aanvullende technische oplossingen, zoals een periodieke signaal- of verbindingscheck via de portofoon of een man down-functie. In combinatie met operationele en fysieke controles kan ook dit bijdragen aan een voldoende geborgde communicatie.
Het is van belang dat de communicatie tussen wal en schip gedurende de gehele overslag aantoonbaar is gewaarborgd, in overeenstemming met de vereisten uit het ADN.
De wijze waarop deze borging wordt ingevuld, kan risico gestuurd en operationeel passend worden ingericht, mits de terminal kan aantonen dat de communicatie effectief, continu en controleerbaar is verzekerd. Een vaste 15-minutencheck is daarbij niet de enige mogelijke oplossing, maar wel een voorbeeld van een maatregel die door ILT als voldoende wordt beschouwd.
In de praktijk kan dit worden aangetoond door een combinatie van operationele contactmomenten, fysieke controles en waar nodig aanvullende technische verificaties.
De terminal blijft verantwoordelijk om aan te tonen dat de gekozen werkwijze gedurende de gehele overslagperiode een gelijkwaardig niveau van communicatieborging waarborgt.
Disclaimer: de bijgevoegde tijdslijn is uitsluitend illustratief. Bij elke terminal of overslaglocatie zijn de processen anders ingericht, waardoor de tijdslijn kan verschillen. Mocht u interesse hebben in een tijdslijn die is afgestemd op uw operationele situatie, dan kunnen wij deze uiteraard voor u opstellen.
Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact met ons opnemen via onderstaande knop.